Beste familie en vrienden van Ado,
De laatste jaren was het helemaal niet stil rond Ado. De projecten met muzikant Pieter Schuermans liepen, er stond een grote expo in Genk op stapel en in 2020 nog werd Ado geëerd met een tentoonstelling hier, in de stadsbibliotheek van Genk.
Men vroeg mij toen om een tekst te schrijven over Ado en hoe hij mij als kunstenaar geïnspireerd had.
Ik kon toen niet vermoeden dat ik hier, 4 jaren later opnieuw een tekst zou lezen.
Twee weken geleden, vrijdag 4 oktober drie uur namiddag
Varenlaan 14. Ik bel aan.
Ik ben nieuwsgierig want ik heb een afspraak met Ado. We gaan immers twee kunstwerken uitkiezen om ze in november te tonen op de expo Kunst.Vormen in de PXL Mad Faculty. Het thema van die tentoonstelling is: kunstenaar-leraar. Toen ze me vroegen of ik wilde meedoen maakte ik meteen de connectie met Ado, mijn leraar.
De luiken zijn gesloten. Rosette doet open. Nietsvermoedend vraag ik hoe het met Ado is en zeg ik dat hij me verwacht.
Rosette kijkt me aan en ze vertelt me het droeve nieuws dat Ado die ochtend in het ziekenhuis opgenomen werd en dat er eigenlijk geen hoop meer is. Rosette vraagt of ik toch even wil binnenkomen.
Als ik een uur later naar huis ga omhelzen we elkaar.
Ik weet dan dat ik Ado niet meer zal zien.
Een namiddag in 1973.
Ik was 14 jaar. Aan de koffietafel thuis was het onderwerp van gesprek een recente tentoonstelling van “de Limburgse School”. De kleine catalogus lag op de tafel en er werd druk gediscussieerd over de kwaliteit van de afgebeelde kunstwerken. Zelf had ik de expo niet gezien, alleen maar de catalogus.
Op één pagina stond een afbeelding van geometrische blokjes die blijkbaar tegen een muur hingen en een prominente slagschaduw hadden. Het was een werk van Ado. De blokken waren met potlood heel nauwkeurig en precies getekend. Ik was toen net begonnen in de tekenklas aan de academie van Sint-Truiden en ik vond die blokjes in zwart, grijs en wit wel fascinerend. Met mijn eerste echte tekenpapier en met mijn nieuwe potloden trachtte ik thuis om de afbeelding uit de catalogus zo goed als ik kon na te tekenen. Ik merkte meteen dat het toch veel complexer was dan ik aanvankelijk vermoedde.
Het was de eerste keer dat Ado in mijn leven kwam en wat ik toen nog niet kon vermoeden was hoe belangrijk hij voor mij zou worden.
51 jaar later, 10 juni 2024
Ado en ik ontmoetten elkaar in Diest. We namen allebei deel aan de tentoonstelling Free Enterprises. Frank Hendrickx, de samensteller van de tentoonstelling, had het idee om een werk van Ado naast mijn werk te hangen. Van Ado toonde hij een heel grote tekening.
Op de tekening stonden geometrische blokjes die tegen een muur gehangen waren en een prominente slagschaduw hadden. Het was een werk uit de vroege jaren zeventig, van dezelfde reeks als de afbeelding uit de catalogus die ik op mijn 14de wilde natekenen.
Ado had het werk in al die jaren niet meer teruggezien. Samen stonden we voor de tekening. Ado inspecteerde de tekening grondig. Na geruime tijd formuleerde hij zijn oordeel: het is toch wel goed!
Het was de laatste keer dat ik Ado zag,
maar dat kon ik toen niet weten.
Tijdens de 51 jaar tussen die ene namiddag in 1973 en die dag in juni heeft Ado mijn leven mee in een beslissende plooi gelegd.
Toen ik in 1979 op zoek was naar een kunsthogeschool om er te studeren maakte ik via Hugo Duchateau kennis met de kunstschool in Genk. Ook Ado gaf er les. Maar dat moest je eerst “verdienen” door op het tweede jaar te geraken. Toch viel hij me direct al op, met zijn Afghaanse jas met geborduurde motieven, zijn blauwe werkmansbroek, zijn baard en zijn lange wapperende haren. Hij reed toen in een rode mini én … hij droeg een oorring.
Vanaf het tweede jaar kregen we van Ado les in waarnemingstekenen en modeltekenen. Het waren lessen waar we echt naar uitkeken. De sfeer was altijd gemoedelijk en rustig, er werd heel geconcentreerd gewerkt en we praatten en discussieerden veel en intens over kunst, goede en slechte kunst, over kleur en zwart als kleur, over de betekenis van een beeld en Ado’s wantrouwen tegenover het beeld, over inspiratie en systeem, over het verkeerd begrepen elitaire karakter van kunst, over roem, geld en werk en over hoe het les geven hem in staat stelde om in de kunst zelf geen enkele toegeving te moeten doen. Kunst was altijd een radicale keuze zei Ado.
Maar evengoed gingen de gesprekken over knoflook en over de gerechten die Rosette bereidde. Over zijn kinderen en over de gouden halskettingen, de bruidsschatten van Afghaanse vrouwen die hij ontmoet had op zijn reizen in Azië, over handgeschept Nepalees papier en Chinese inkt. Of dan legde Ado ons omstandig de reglementen uit van het kaatsspel dat in Halle, waar Ado geboren was, blijkbaar op een zeer hoogstaand niveau gespeeld werd. Bovendien, zei Ado, was Halle wereldberoemd omwille van zijn Madonna. Zijn Zwarte Madonna.
Ado was een buitengewone leraar en kunstenaar. Soms was hij dwars en moeilijk, met gefundeerde en uitgesproken standpunten. En radicaal, als hij sprak over de oppervlakkigheid en de achteloosheid van onze samenleving. Dan stelde hij “als verzet” concentratie, diepgang en vastberadenheid in de plaats. Tegenover een modieuze snelheid stelde hij een meditatieve traagheid voor, de “factor tijd” zoals hij het noemde.
Ook had hij lak aan de economische dominantie in de kunst. Kunst als spektakel en koopwaar, daar moest je bij Ado niet mee afkomen. Op sterrenstatus en roem zat hij niet te wachten. Alleen het kunstwerk was voor Ado belangrijk. Hij beet zich vast in dat werk, en zocht naar de fundamenten ervan. Laag na laag pelde hij alles af tot hij bij een diepe kern kwam. Zonder beeld, met alleen nog zwart. Soms speelde het gebrek aan erkenning hem wel parten, maar dat was dan maar zo. Compromissen konden daarover niet gemaakt worden.
Evenzeer was Ado beminnelijk en genereus, met bijzonder veel empathie voor zijn studenten. Ado heeft generaties van studenten beïnvloed en gevormd. Talrijke telefoons heb ik de afgelopen dagen gehad. Telkens ging het over de diepe indruk die Ado achtergelaten had en telkens werden de allerbeste herinneringen opgehaald.
In 1982 was ik nog student in Genk en Ado stelde tentoon in het Provinciaal Museum in Hasselt (nu Z33). Voor ik naar huis ging kocht ik de catalogus van de expo. Een catalogus in de strikte zin was het echter niet. Ik kocht een bruine kartonnen omslag met daarin een vezelig vel papier dat in de vorm van een mapje geplooid was en dat tien losse vellen van hetzelfde papier bevatte.
Alle vellen waren aan weerszijden grijs gemaakt met grafiet. Alleen maar papier dus en poeder van potlood. Als je de vellen papier vast nam hingen je vingers vol potlood. Het grafiet kon je zelfs wat wegblazen.
Het was het eerste kunstwerk dat ik aankocht, een werk van Ado, vermomd als catalogus.
Trots toonde ik het kunstwerk aan mijn vader (een bioloog) en aan mijn broer (een theoloog).
Onmiddellijk ontspon er zich een gesprek over leven en dood, over de dualiteit tussen lichaam en geest, over spiritualiteit en eindigheid, over het eeuwige en het vergankelijke over het aardse en het mystieke.
Ik zag toen hoe het werk van Ado in al zijn schamelheid, stof en papier, een onwaarschijnlijke kracht had om gedachten en een conversatie op gang te brengen.
De theoloog zei:
“… want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren… (Genesis 3:19)
Toen kon ik niet vermoeden dat ik hier vandaag over dat werk zou spreken.
Wie goed naar de kunstwerken van Ado kijkt merkt dat al die “oppervlaktes” steeds aangeraakt en opgevuld werden met een spoor van de kunstenaar die met een potlood honderden, duizenden keren dat oppervlak streelt, schuurt, kwetst of liefkoost. De kunstenaar raakt de hele wereld aan. En de hele wereld wordt samengevat in één eindeloze aanraking, in alle tinten zwart.
In een interview dat ik vorig jaar, hier in deze ruimte van Ado afnam vergeleek Ado die attitude en die aanraking met “liefde”. Door het kijken naar details in de tekeningen kon je een een soort “fascinatie” en zelfs een zekere “verliefdheid” ervaren zei hij.
Merkwaardig vond ik dat en ik was het niet gewoon dat Ado, voorbij zijn wat strenge eerste voorkomen, de woorden liefde en verliefdheid zo in de mond nam. Maar het verraste me ook niet.
Toen ik enkele jaren geleden voor het eerst de tientallen boeken en vellen met geschriften zag, stelde ik me voor hoe Ado als een boeddhistische monnik of een middeleeuwse kloosterling-scribent in een dagelijks ritueel, als een meditatieve arbeid die boeken schreef.
Over die boeken zei ik toen:
Ze zijn een ware lust voor het oog. Wellicht ook een lust bij het maken. Je ziet en je voelt het onblusbare vuur en de taaie vasthoudendheid, de focus van de maker, de schrijver.
Het “schoonschrift” van Ado is natuurlijk weerbarstig. Je ziet op elke pagina het begin van een systeem en tegelijk meteen de onmogelijkheid of de onwil om het te volgen. Het plan wordt meteen ontregeld door een fout, een vlek, een hapering. In het conflict tussen de intentie en de uitvoering ontstaat er avontuurlijke schoonheid die niet te temmen is, die buiten de lijntjes kleurt of zwart, losbandig, weerbarstig, wild en oncontroleerbaar, maar tegelijk soms ook beheerst, fijngevoelig, zacht, mysterieus en genereus. Zoals het leven zelf.
Of zoals Ado zelf: een schilder zonder beelden, een schrijver zonder letters met boeken zonder woorden.”
(einde citaat)
Toen kon ik niet weten dat ik vandaag deze tekst opnieuw zou lezen.
Dat Ado door de bibliotheek van Genk als ‘huiskunstenaar’ geadopteerd werd vind ik heel bijzonder. Het is een terechte waardering. In één van de mooiste gebouwen van Genk, in deze bewaarplaats van het allerbelangrijkste wat een samenleving kan en moet koesteren, hier dus, pal tussen Mekhitar Garabedian (op de gevel), Denmark (hier boven) en Luciano Fabro (op het stadsplein), hier werd Ado de eregast, dé kunstenaar van een hele gemeenschap. De maker van haar eerste boek.
Een schilder zonder beelden, een schrijver zonder letters met boeken zonder woorden.
Ik kon niet weten hij vandaag zo geruisloos en stil zou zijn.
Net zo stil als zijn dochter Eva in onze harten en in onze herinneringen leeft, zo leefde Eva ook verder in de tranen en in de handen van Ado.
In zijn liefde als een eindeloze aanraking maakte hij Eva “onuitwisbaar”.
Ook Ado zal “onuitwisbaar” blijven in zijn schilderijen zonder beelden, in zijn geschriften zonder letters, in zijn boeken zonder woorden.
Beste familie, beste vrienden van Ado
het was een geschenk om Ado te mogen kennen.
Grootmeester Ado,
Dank u wel dat je mij op mijn sporen zette.
Dank u wel voor de glans in het zwart.